O Kerstekind! Gij zijt het toonbeeld van het wonderbaar vereenen Van God en mensch: Uw stof wordt van den Geest doorschenen, Gelijk het lamplicht schijnt door 't marmerwit albast. Wie U ziet, ziet den mensch! en weder, die U tast, Raakt God aan, d' Eeuwige in den brozen vo ...